Tweede Kamerverkiezingen – Wat zijn plannen van de partijen m.b.t. onderwijs?

Tweede Kamerverkiezingen – Wat zijn plannen van de partijen m.b.t. onderwijs?

50Plus

  • 50Plus geeft in hun verkiezingsprogramma aan dat ze het aantal leerlingen per klas en het aantal lesuren per docent willen verminderen. Daarnaast moeten indirecte taken worden verminderd, waardoor er meer tijd beschikbaar is om aan de leerlingen te besteden.
  • Onderwijs moet goed aan blijven sluiten bij de snelle veranderingen in de maatschappij.
  • 50Plus is tegen het leenstelsel omdat dit de toegankelijkheid binnen het hoger onderwijs belemmert.
  • 50Plus wil voornamelijk de focus leggen op volwassenenonderwijs.

CDA

  • In het verkiezingsprogramma van de CDA, maakt de CDA direct de verbinding tussen onderwijs en burgerschap. Het CDA wil meer aandacht voor burgerschap in het onderwijs, met de daarbij behorende rechten en plichten van het Nederlandschap.  Het CDA vindt dat op alle onderwijsniveaus, aandacht voor burgerschap, geschiedenis en filosofie van groot belang is.
  • Onderwijs is volgens het CDA de belangrijkste investering in het land dat zij willen doorgeven. Dit is volgens hen van belang om solidariteit tussen generaties te behouden en om kinderen op te voeden tot zelfbewuste burgers van onze samenleving.
  • Het CDA wil meer zeggenschap voor de burger in onderwijs, zorg en wonen; dit verhoogt de betrokkenheid: “overal waar belangrijke besluiten worden genomen die levens van mensen direct raken, moeten zij kunnen meepraten en meebeslissen”. Dit betreft o.a. ouders en leerlingen op een school.
  • Iedereen dient dezelfde kansen te krijgen in het onderwijs en bij sollicitaties, ongeacht de culturele achtergrond.
  • Volgens het CDA is – mede door het ingevoerde leenstelsel – de instroom naar hbo- en wo-onderwijs aanmerkelijk afgenomen. Het CDA wil het leenstelsel terugdraaien: “groeiende tweedelingen bedreigen de samenhang in onze samenleving. Jongeren dienen gelijke opleidingskansen te krijgen, hierdoor moet er een alternatief voor het leenstelsel komen”.
  • Het CDA wil de vrijheid van onderwijs beschermen; niet de overheid, maar de ouders kiezen zelf het type onderwijs voor hun kinderen. Tevens staat het CDA voor onderwijs dat aan alle jongeren gelijke kansen biedt op een goede toekomst: de inzet telt, niet de afkomst.

ChristenUnie

  • De ChristenUnie geeft bovenaan de hoofdlijnen van hun verkiezingsprogramma aan dat zij beste willen voor onze kinderen. Hierdoor wil de SP dan ook het beste onderwijs voor zo veel mogelijk mensen. Om dit te bereiken wil de ChristenUnie 1 miljard investeren in leraren, levenslang leren en beter beroepsonderwijs, dat echt aansluit bij de arbeidsmarkt. Tevens wil de ChristenUnie extra geld uittrekken voor onderzoek en innovatie en willen zij de basisbeurs weer invoeren voor iedereen die wil studeren.
  • Een van de voorstellen van de ChristenUnie is “de vertrouwensregel”. Dit betekent dat in zorg, onderwijs en wonen, goed beleid moet worden beloond met minder regels.
  • De ChristenUnie staat volledig achter de vrijheid van onderwijs; dit houdt in dat ouders moeten kunnen kiezen voor het onderwijs dat aansluit bij hun opvoeding en geloofsovertuiging.
  • De ChristenUnie wil gelijke kansen in het onderwijs. Zo vindt de ChristenUnie o.a. dat studenten die geen rijke ouders hebben, geen financiële drempel mogen ervaren om door te studeren. Tevens zijn zij van mening dat het leenstelsel allen maar zorgt voor een stapeling van schulden onder jongeren, zij willen het leenstelsel weer vervangen door een basisbeurs. De ChristenUnie vindt het bovendien onwenselijk dat jonge mensen na hun studie met een stapeling van schulden de arbeidsmarkt en woningmarkt moeten betreden.
  • Door tijdens of na de een bijdrage te leveren aan de samenleving (maatschappelijke dienstplicht), wil de ChristenUnie de student/alumnus belonen met een verlaging van de studieschuld.
  • De OV-kaart blijft behouden, het extra jaar bovenop de nominale opleidingsduur wordt echter geschrapt.
  • De ChristenUnie wil minder uitval van studenten realiseren door met behulp van een studiekeuzecheck, de overgang tussen het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs te vereenvoudigen.
  • Het collegegeld voor een tweede studie krijgt weer een wettelijk maximum.

D66

  • In het allereerste punt uit het verkiezingsprogramma van D66, geeft D66 aan dat zij – naast het gezin waarin men opgroeit – onderwijs zien als de aanjager van kansen en de motor van persoonlijke groei en ontplooiing.
  • D66 wil investeren in de leraren. D66 wil hen meer tijd, ruimte en vertrouwen geven. Tevens willen zij de 20-lesurennorm (initiatief van D66) verankeren in de wet en begroting. D66 is namelijk van mening dat leraren te zwaar worden beperkt en belast. Zij willen met of door onderwijsprofessionals een bezem door de regels laten halen.
  • Onderwijs moet vernieuwd worden volgens D66. Naast taal, rekenen en kennis, dient er meer aandacht te worden besteed aan digitale vaardigheden als programmeren, sociale vaardigheden als samenwerken, maar ook aan zelfredzaamheid.
  • Mensen dienen weerbaar en vrij te zijn. D66 wil door middel van “een leven lang leren” mensen de kans geven om te doen waar zij goed in zijn.
  • D66 wil naast het stimuleren en ontwikkelen van zwakkere leerlingen, ook toptalenten de kans geven om hun talenten verder te ontwikkelen.
  • D66 wil het politiek debat aangaan om op basis van het beginsel “scheiding van kerk en staat” artikel 23 van de grondwet te vernieuwen. Hierin komt de focus te liggen op de acceptatieplicht, het openbare karakter van de scholen, de voorwaarden voor financiering en de kwaliteit van onderwijs en burgerschap.
  • Internationaal onderwijs dient verder ontwikkelt te worden volgens D66.
  • Goed onderwijs komt volgens D66 tot stand als degenen om wie het onderwijs draait een stem krijgt in de besluitvorming. Dit betreft leerlingen, studenten, ouders en docenten: “zij staan nu vaak nog buitenspel, terwijl zij goed kunnen beoordelen wat goed onderwijs is en hoe leraren het beste bij hun leerlingen of studenten naar boven krijgen.

GroenLinks

  • GroenLinks geeft in hun verkiezingsprogramma aan dat zij van mening dat talenten van jongeren worden verspild en zij hun dromen niet kunnen najagen. Zij willen dat jonge mensen zich op ieder schoolniveau, van vmbo tot vwo, van mbo tot universiteit, het beste uit zichzelf omhoog kunnen halen. GroenLinks wil scholen waar leerlingen hun eigen ontwikkeltempo kunnen volgen. GroenLinks wil laatbloeiers dan ook een  tweede, een derde, en indien nodig, een vierde kans geven.
  • Onderwijs is volgens GroenLinks de motor voor emancipatie. Zij willen investeren in het bestrijden van achterstanden en ongelijkheid. Zo wil GroenLinks een einde maken aan de vroege selectie en toetscultuur in het basisonderwijs: “een schooladvies moet op de middelbare school gecorrigeerd kunnen worden”, om zo de doorstroom te bevorderen.
  • GroenLinks wil in het onderwijs de kennis en vaardigheden aanbieden die thuishoren bij de 21e eeuw. Op deze manier dienen kinderen/studenten uit te groeien tot kritisch denkende wereldburgers.
  • GroenLinks wil een sterkere en positie en meer invloed van de hogeschool- en universiteitsraden op de koers van hun onderwijsinstelling.
  • Jongeren krijgen een doorstroomrecht als het aan GroenLinks ligt: “het stapelen van diploma’s is een belangrijk principe voor sociale mobiliteit”.
  • Klassen worden verkleind tot maximaal 29 leerlingen en binnen zes jaar wordt dit verder verlaagd tot 23 leerlingen.
  • De aanvullende beurs voor studenten uit kansarme gezinnen wordt verhoogd, het wettelijke vastgestelde collegegeld wordt gehalveerd en gemaximeerd. Tevens wordt het collegegeld voor een tweede studie wettelijk gemaximeerd.

PvdA

  • De PvdA geeft in hun verkiezingsprogramma aan dat zij willen dat Nederland over tien jaar de best opgeleide beroepsopleiding ter wereld heeft, zodat Nederland economisch voorop blijft lopen.
  • Het huidige leenstelsel blijft. Door de invoering van het leenstelsel kan de PvdA nu investeringen doen in de kwaliteit van het onderwijs.
  • De PvdA wil extra investeren in de doorstroom van mbo naar hbo, bijvoorbeeld d.m.v. zomerscholing.
  • De hoogte van het collegegeld wordt begrenst. Daarnaast dienen mensen die van een hbo-opleiding willen doorstromen naar universitaire opleiding, dat tegen wettelijk vastgesteld collegegeld kunnen doen.
  • De PvdA erkent het belang bij lesgeven in het Engels op hbo- en universitaire opleidingen. Dit mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs en geen afbreuk doen van het onderwijs in het Nederlands.

PVV

  • In het verkiezingsprogramma van de PVV staat slechts één punt dat betrekking heeft op onderwijs, namelijk: “alle moskeeën en islamitische scholen dicht”.

SP

  • In het verkiezingsprogramma van de SP staat dat zij binnen het onderwijs meer zeggenschap willen organiseren voor personeel, studenten en ouders.  Zo krijgt de medezeggenschapsraad overal in het onderwijs instemmingsrecht op de begroting. De SP wil gaan experimenteren met een “democratische universiteit”.
  • Als belangrijkste punt op het gebied van onderwijs, geeft de SP aan dat zij een studiebeurs willen invoeren voor alle studenten, jongeren uit gezinnen met lagere inkomens, krijgen daar bovenop tevens een verhoogde aanvullende beurs. Door deze maatregel wordt een financiële drempel voor jongeren om te gaan studeren weggenomen.
  • De SP wil per direct een einde maken aan klassen van 30 leerlingen of meer met op termijn zelfs een gemiddelde grootte van 23 leerlingen.
  • Door de vorming van brede brugklassen in het voortgezet onderwijs, krijgen leerlingen meer kansen om door te stromen naar een hogere opleiding.

VVD

  • De VVD geeft in hun verkiezingsprogramma aan dat alle opleidingen – van mbo tot en met de universiteit – van hoog niveau zijn. Op deze manier blijft Nederland en het Nederlands onderwijs ook in de toekomst tot de wereldtop behoren: “om dit niveau te bereiken en goed voorbereid te zijn op de wereld van morgen, dient de basis op orde te zijn”.
  • Zo stelt de VVD: “die basis wordt gelegd in het basisonderwijs en wordt vervolmaakt in het voortgezet onderwijs. Hier leren leerlingen vandaag wat morgen relevant is”.
  • Zodra een leerling een studiekeuze maakt, dient deze over betrouwbare en volledige informatie kunnen beschikken. Opleidingen dienen helder te vermelden hoe goed of slecht de arbeidsmarktkansen zijn.
  • Kwaliteit dient te worden beloond volgens de VVD. Om de kwaliteit van onderwijsinstellingen verder te verbeteren, dient de onderwijsinstelling te focussen op waar ze goed in zijn. Zo stelt de VVD: “elke onderwijsinstelling stelt daarvoor kwaliteitsafspraken op. Zodra deze worden nagekomen, volt een financiële beloning”.
  • Het leenstelsel blijft. Geld dat hieruit vrijkomt wordt geïnvesteerd in het hoger onderwijs.
  • Studenten moeten zelf de regie in handen krijgen over hun studiecarrière. De overheid dient hierbij niet alleen onderwijs bij publieke onderwijsinstellingen te bekostigen, maar ook bij andere onderwijsinstellingen. Daarnaast is de VVD van mening dat studenten zelf hun studietempo moeten kunnen bepalen. Zo moet het mogelijk zijn om je voor slechts een aantal vakken in te schrijven; hierdoor wordt het makkelijker om tijdens het studeren je eigen onderneming op te starten je bezig te houden met bijvoorbeeld een bestuursfunctie.
  • Reisafstanden mogen studiemogelijkheden niet belemmeren, daardoor moet de OV-kaart blijven als het aan de VVD ligt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *